Molen De Hoop

Geschiedenis

Since 1889

Volgens de ingemetselde stichtingssteen werd de eerste steen van molen De Hoop in Wervershoof op 11 april 1889 gelegd. De hoge, kasteeldikke muren dateren zeker uit dat jaar. Maar er heerste jarenlang onduidelijkheid over de tweedehands watermolen de molenaars Vlaar hadden aangekocht en op die muren laten plaatsen.

Het één haalt het andere uit.

Plaatselijke overlevering rept over een Zaanse herkomst van het achtkant en de kap van de grote windkorenmolen aan het Zijdwerk. Een dergelijk overlevering kan dan wel eens betrouwbaar zijn. In ‘de Zaanlander’ van 9 maart 1960 duikt voor het eerst de suggestie op dat De Hoop de voormalige Zaanse poldermolen ‘de Bul’ uit Assendelft-Nauerna is. Diverse auteurs nemen dit voetstoots over tot G.H. Keunen in 1981 in ‘Molens in Noord-Holland’ deze mogelijkheid gefundeerd naar het rijk der fabelen verwijst. Hij suggereert dat het molen nr. 1 van de, in 1960 opgeheven, Binnendijkse Buitenveldertsepolder in de voormalige gemeente Nieuwer-Amstel is. In het vakblad “de Molenaar” van 19 april 1989 zet J.S. Bakker in het artikel:”Molen De Hoop in Wervershoof 100 jaar jong”, vraagtekens bij Keunens optie. Hij bepleit het zoeken naar een derde oplossing. In 1993 wijst wijlen molendeskundige Jan Lunenburg in een brief op de mogelijkheid dat het niet molen nr. 1, maar nr. 3 van die polder is. Het boekje ‘De Molens van Amsterdam in oude ansichten” deel 3 bevat onder nr. 59, een foto met als opmerking dat: ‘… die pas in de jaren twintig van deze eeuw bij de aanleg van de Ringspoordijk werd afgebroken.” Dat had menigeen op het verkeerde been gezet, want wat werd er toen afgebroken?

Op zoek naar Nummer Drie

Onderzoek in het fotoarchief van het Gemeentearchief Amsterdam wees uit dat er géén foto aanwezig was uit begin 20ste eeuw van molen nr. 3. Aanwezig kaartmateriaal wees uit dat het herkenbare (achtkantige) gebouw op de plaats van nr. 3, niet gesloopt werd met de aanleg van het talud van de Ringspoordijk, maar later in de twintiger jaren. Tot op heden is er geen foto bekend van dit molenrestant. Jan Lunenburg had zich al afgevraagd wat melkboer Coenraad Grede toch aan moest met de, in 1888 door hem op een veiling gekochte molen nr. 3, tenzij hij er wellicht een lucratief handeltje in zag. Hij vermoedde dat Grede het houten achtkant doorverkocht en de stenen, achtkantige voet hoger liet opmetselen en er een dak op liet plaatsen. Dit lijkt recht te doen aan de diverse bronnen omdat het daarmee nog steeds herkenbaar was als (voormalige) molen. De afgelegen ligging droeg daar nog eens aan bij. Het is wat speculatief, maar als het toentertijd zeer bekende molensloopbedrijf van de Gebroeders de Boer uit Oostzaan, de bovenbouw van Gredes molen kocht, sloopte en dóórverkocht aan de gebroeders Vlaar in Wervershoof, dan is ook de Zaanse oorsprong van de molen in de volksmond, verklaard! Zo’n gang van zaken kwam toentertijd heel veel voor. Polders stootten in toenemende mate hun windmolens af en korenmolenaars kochten ze graag ter vervanging van hun eeuwenoude (!), vaak ook te kleine molen.

Wat heeft De Hoop zélf te vertellen?

Het bovenstaande verhaal is qua bewijsvoering erg mager, het zóu kunnen.

In het archief van de Binnendijkse Buitenveldertsepolder bleek bij 1865 het, op de tekening ná, volledige bestek aanwezig te zijn van de “vernieuwbouw” van molen nr. 3. Van scheprad- naar vijzelmolen. Dit 17 pagina’s grote vervijzelingsbestek is zeer gedetailleerd. Als deze molen naar Wervershoof is verplaatst, dan moeten tal van bouwkundige hoofdzaken en veel details logischer wijze overeenkomen.

In grote lijnen blijkt de Wervershoofse molen inderdaad te passen in het beeld dat uit het bestek voor de ‘Nieuwe Molen”, de vroegere nr. 3, naar voren komt! Echt overtuigend bewijs is dit nog niet, in de jaren 1850-1900 werden in het gebied van Amstelland (het stroomgebied van de rivier De Amstel) enkele tientallen watermolens omgebouwd van scheprad- tot vijzelmolen. In een aantal gevallen werd daarvoor zelfs van hetzelfde standaardbestek gebruik gemaakt. Veel molens, waaronder de nog bestaande watermolens De Zwaan in Ouderkerk aan de Amstel en de 1100 Roe in Amsterdam, kregen een gedeeltelijke of volledige stenen voet, een nieuw en conisch werkend gaandewerk en werden voor het overige duchtig onder handen genomen. Gezien de ouderdom van de meeste van deze watermolens (17e eeuw) was dat méér dan een ‘midlife update”. Ondanks de gestage verbetering en verbreiding van de stoombemaling werden ook veel watermolens grondig gemoderniseerd. Men had nog steeds méér vertrouwen in de wind! Maar het bestek biedt ons al met al toch diverse aanknopingspunten, waarin specifieke zaken aan de orde zijn.

Onder een vergrootglas bekeken.

Ten eerste: Aannemer Kemp moest voor een nieuwe bovenas zorgen. Hij kreeg begin 1865 de opdracht en moest in september van datzelfde jaar opleveren. Dit feit verklaart ook waarom in het polderarchief niets over de as te vinden is. Voor de molen nr. 2 van de polder kocht het polderbestuur zelf een nieuwe as in 1866. In de Wervershoofse molen zit een as uit 1865 en de asmaten komen nauwkeurig overeen met die uit het bestek.

Ten tweede: De maten van de houten kamwielen in de kap van De Hoop komen volledig overeen met die in het bestek. De aantallen kammen (tanden) kloppen precies: 64 in het bovenwiel, 35 in de bonkelaar.

Ten derde: In het achtkant van De Hoop zitten 10 kistramen, de 4 op steenzolder wijken in details af van de zes op de twee bovenste zolders. Deze laatsten hebben precies de goede maten, en het juiste aantal, zoals het in het bestek staat genoemd.

Ten vierde: De Hoop heeft een eeuwenoude kap die een flinke aanpassing heeft ondergaan. De beschrijving in het bestek sluit vrijwel naadloos aan op hoe de huidige kap eruit ziet en op de bouwsporen van een oudere situatie. Opvallend is de achteroverligging van de kap, dat ziet men bijna nergens, maar het klopt wel! Het vervijzelen van de molen en vervolgens het opmetselen van de voet leidde tot een andere vorm van de buitenkant van de molen. Om te voorkomen dat de wieken op de hoeken door het riet zouden draaien paste men de kap zó aan dat die ietsje achterover kwam te liggen. Daardoor kwam de top van de wiek beneden ongeveer 25 cm verder van de molen af te draaien en was het probleem verholpen!

Ten vijfde: Het is duidelijk te zien aan De Hoop dat het achtkant ingekort is. Het inkorten klopt met de bestekgegevens:1,5 meter lange eiken blokken tegen de buitenkant van de achtkantstijlen moesten het achtkant weer passend maken op de iets verwijde stenen voet.

Ten zesde: Een niet onbelangrijk gegeven is de oriëntering van het achtkant. In Nieuwer-Amstel maalde de molen het water in oostelijke richting uit, de Amstel in. In zo’n situatie bevindt in de regel het scheprad zich aan de noordkant in de molen (en de woning aan de zuidkant). Meer dan twee eeuwen (het bouwjaar van molen nr. 3 is waarschijnlijk 1656) bevonden de onderste helften van de achtkantstijlen aan de schepradkant, zich in de vochtige, natte ruimte waar het scheprad draaide, en daar kan zelfs eikenhout op den duur slecht tegen. De Hoop vertoont precies dit beeld: twee hoog aangelaste achtkantstijlen aan de noordkant en dit aanlassen moet gelijktijdig met het inkorten van het hele achtkant zijn gedaan. Het bestek roert dit niet aan, maar twee achtkantstijlen blijken volgens een rekening in het polderarchief uit december 1865, als onvoorzien meerwerk te zijn aangelast bij de vervijzeling van de Nieuwe Molen! Het getuigt van onzorgvuldigheid bij de herbouw in Wervershoof dat de molen min of meer net zó georiënteerd staat als in zijn watermolentijdperk. De achtkantstijlen op het zuidwesten, die veel méér te lijden hebben dan die aan de andere kant, blijken in De Hoop óók behoorlijk door de tand des tijds aangetast te zijn!

Ten zevende: Een leuke bijzonderheid is dat het kruirad 12 spaken heeft. De oudst bekende foto’s van de Wervershoofse molen tonen een kruirad met eveneens 12 spaken, maar het bestek rept over een rad met 16 spaken. Kemp, maar waarschijnlijker nog de molenaar zelf, had er dus andere ideeën over! G.H. Keunen wees op nóg een frappant detail: de vlaggenmast. Heel weinig poldermolens in Amstelland hadden er een, maar op de foto van De Hoop van 1919 ontbreekt de mast maar de ring om hem te houden zit er nog. In latere jaren kwam er alsnog weer een mast in.

Ten achtste: Een ander punt dat hier een beetje buiten staat is het gegeven in het bestek dat de aannemer een schoorsteen moet metselen die in de kapzolder uitkomt. Eeuwenlange bewoning van zo’n molen veroorzaakte een zwart berookte, aangeslagen kap en/of roetzolder. Het Wervershoofse achtkant is echter ‘brandschoon”! De overlevering vertelt dat de houten balken van de molen, als een vlot over de Zuiderzee naar Broekerhaven zijn gevaren en vandaar met paard en kar naar Wervershoof gereden. Heeft die enkele dagen (?) durende overtocht in het zoute water soms alle vuil en roet van het hout gespoeld?

De kastelein van De Zwaan vertelt

Ten negende: Uit een heel andere bron, een niet gepubliceerde levensbeschrijving van en door Jan de Vries uit Wervershoof, het volgende citaat (in de originele annotatie):

“In het voorjaar 1889 werd met de bouw begonnen; feitelijk was het herbouw want het was een watermolen die aan de grond had gestaan, en welke hier op een voetstuk van 20 voet hoogte werd geplaatst. In de herfst van 1889 begon den nieuwe molen te draaien, en diezelfde winter verloor de nieuwe molen al een roede. Dit was het gevolg van een nalatigheid. Wat het vallen van de roede betrof – deze hadden elk een zwaar stuk grenen hout, van verscheidene meters lengte (voor steun) achter hun rug gehad, en van deze was er voor de herbouw, met de verscheping een zoek geraakt. De gevolgen bleven niet uit, de molen had nog maar enige maanden gedraaid of er viel een roede, welke gelukkig heel spoedig en goedkoop kon worden vervangen door een ijzeren roede. Deze ijzeren roede lag in het Houterpolder stil (reeds 5 jaar) doordat hij niet in het asgat paste.” (einde citaat)

De belangrijkste feiten ernaast:
Het vervijzelingsbestek schrijft voor: “2 greenen Rijnsche of Rigasche roeden” “….. vóór deze roeden op den bovenkant aan te brengen, 2 eiken roedestukken, regtdradig en taai, zwaar 8 en 38 duim, lang 5.30 el, deze stukken aan de roeden te verbinden met 8 stuks volgstroppen ………(etc.)” Ontbreekt er zo’n roedestuk dan is het moeilijk de (te) dunne en daardoor slappe roede in de askop voldoende vast te wiggen. Enfin, de gevolgen bleven niet uit!

Zoals blijkt uit een advertentie in de Enkhuizer Courant van 26 maart 1880 lagen er in de polder “Venhuizen en Hem”, dat is niet de Houterpolder maar aangrenzend daaraan, 2 nieuwe ijzeren roeden te koop, lengte 26,60 m. Deze lengte klopt nauwkeurig met die van de buitenroede die tot 1991 in De Hoop zat, maar dat was een ingekorte Potroede, zonder plaatje. Dit is nog een raadsel.

Een eeneiige tweeling in molenland

Alles overziend lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat we in Wervershoof te doen hebben met het achtkant en de kap van de voormalige molen nr. 3, later genaamd “de Nieuwe Molen” van de vroegere Binnendijkse Buitenveldertsepolder in voormalig Nieuwer-Amstel. Een direct bewijs ontbreekt, maar nauwkeurige vergelijking van het gedetailleerde vervijzelingsbestek uit 1865 met relevante details in de huidige molen geven een verbluffende overeenkomst te zien. Daarnaast is de frappante uiterlijke gelijkenis zoals deze blijkt uit foto’s, niet te veronachtzamen. In theorie kan er een tweede molen uit dezelfde regio een vergelijkbare bouwgeschiedenis en uiterlijk hebben gehad. Thans zijn er nog nauwelijks tien zuivere Amstellandse watermolens in zuidelijk Noord-Holland en aangrenzend Utrecht te vinden, te weinig om harde conclusies te trekken over de uniciteit van het Werversehoofse achtkant-met-kap. Een andere molen zou absoluut identiek aan “de Nieuwe Molen” moeten zijn geweest, een eeneiige tweeling als het ware. Voor zover mij bekend zijn molens met een dergelijk, bouwkundig verleden altijd echte individuen! Wellicht kan verder onderzoek in het voormalige polderarchief meer aan het licht brengen o.a. over enkele opmerkelijke sporen van het vroegere gaandewerk in de kap.

Samengevat deden de gebroeders Vlaar nog niet zo’n slechte koop met het achtkant van een in 1865 totaal gerenoveerde, kapitale watermolen! Waarschijnlijk gaven zij hun nieuwe molen de naam De Hoop, daarmee uitsprekend dat uiteindelijk ‘aan Gods zegen, alles is gelegen”, hoe goed je ook begint!

Wervershoof, 14 juli 2006. A.N. Peereboom

Met speciale dank aan F.P.M. Brieffies, Hoogkarspel.

Geschiedenis van Stichting “De Wervershoofse molen”.

Na jaren van bedrijfsmatig gebruik kwam in 2002, na een faillissement, molen “De Hoop” stil te staan.

Stichting Oud Wervershoof zorgde er voor dat na jaren de molen voor bezoek open kon tijdens de molendag van 11 mei. Er kwamen die dag zo’n 500 bezoekers! Dat bracht hen aan het denken over de toekomst van De Hoop, hij moest weer draaien én iedereen moest er weer in mogen!

Dat werd besproken op de bestuursvergadering van 28 mei 2002. Na het bezoeken van enkele molens en overleg op het gemeentehuis werd er uiteindelijk een oproep gedaan in weekblad De Binding. De eerste vrijwilligers kwamen op 17 december 2002 bij elkaar. Uiteraard eerst in de molen, daarna werd er vergaderd in het gemeentehuis. Met hen werd de voorgestane concept toekomstvisie besproken. Vele vergaderingen en een excursie later werd Stichting De Wervershoofse molen opgericht op 8 december 2003.

Van de gemeente, die eigenaar is van de molen, kreeg men een subsidie van € 50.000,- en een lening van maximaal € 94.000,-. De inmiddels behoorlijk gegroeide groep vrijwilligers stond te trappelen om met de werkzaamheden te beginnen. Al voordat de gemeenteraad haar goedkeuring gaf was men begonnen te slopen. En er moest wat gesloopt worden! De molen en molenschuur waren letterlijk tot aan de nok volgebouwd. Om te bereiken wat ons voor ogen stond moest het overgrote deel eruit en veel zaken aangepast en of verplaatst.

Wij wilden namelijk mensen ontvangen en hen een goed inzicht geven in het maalproces op de oude en meest moderne wijze. Met daarnaast expositieruimten en de mogelijkheid om in de molen te trouwen. Kortom er moest ruimte worden gerealiseerd en alles moest klantvriendelijk worden. Voor de (beperkte) horeca activiteiten moest de molenschuur worden verbouwd.

Ruim een jaar lang is er hard gewerkt om te slopen en weer op te bouwen. Vele handen hebben hieraan meegewerkt. Tegelijkertijd zijn vrijwilligers begonnen met de zware molenaarsopleiding. Een molen moet immers draaien en dat kan alleen op een verantwoorde wijze met goed opgeleide mensen. Maar ook andere zaken vereisten en kregen veel aandacht; bedrijfsplan, organisatie en planning daarvan, marketingplan, zoeken naar subsidies, logo, website, horecaopleiding, briefpapier, informatieboek, videofilm, voorbereiding op de start (gidsen e.d) teveel om op te noemen.

Maar uiteindelijk stonden op 7 mei 2005 alle vrijwilligers te glunderen toen de “nieuwe” molen begon te draaien. Een periode van hard werk was afgesloten en iedereen maar ook alle inwoners van Wervershoof mogen trots zijn op “hun”molen!

In 1889 wordt de eerste steen gelegd van korenmolen De Hoop. De Hoop was één van de zeker 25 molens in de omtrek. Ruim 130 jaar is De Hoop vervolgens als korenmolen in bedrijf. Tot ca. 1930 wordt er uitsluitend op windkracht gemalen en rond 1930 komt er in de molen ook een koppel elektrisch aangedreven maalstenen; als er te lang onvoldoende wind was om te malen kon men daarop overschakelen. Werd er vroeger nog uitsluitend voor de lokale afzetmarkt gemalen (voornamelijk veevoederproducten), vanaf 1977 gaat De Hoop eerst in Noord-Holland en vanaf 1990 landelijk meelproducten voor bakkerijen malen.

Geen Resultaten Gevonden

De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.

Onze vrienden

BOTMAN

Activiteiten Molen de Hoop


Laden… Laden…

Molen de Hoop

In 1889 leggen de bouwers de eerste steen van korenmolen De Hoop, één van de zeker 25 molens in de omtrek. Ruim 130 jaar is De Hoop als korenmolen in bedrijf. Tot ca. 1930 maalt de molen uitsluitend op windkracht. Daarna gesteund door elektrisch aangedreven maalstenen. Tot op heden maalt de molen meel voor brood en pannenkoeken.

Openingstijden

Korenmolen de Hoop, het Theo Koomen museum én molencafé De Vang, zijn te bezoeken van 1 mei tot en met 30 september op zaterdag en zondag van 12.00 tot 16.00 uur. Voor meelverkoop kunt u ook buiten het seizoen terecht in de Molen. De verkoop is dan iedere zaterdag van 10.00 tot 12.00 uur.